Registreren schades geeft inzicht

Iedere wagenparkbeheerder heeft te maken met schadegevallen. Voor gericht actie ondernemen om het aantal schades terug te dringen, is een goed inzicht in het schadebeeld nodig. Daarvoor moet ieder schadegeval, hoe 'klein' ook, worden geregistreerd. Uit de overzichten blijkt met welke frequentie soorten schades optreden, welke personen en voertuigen daarbij betrokken zijn, het tijdstip en locatie.

In veel gevallen blijkt het moeilijk om bepaalde patronen te ontdekken. Toch zijn er aanknopingspunten over het ontstaan van schade. In de ideale situatie zijn voertuigen eigendom van de organisatie en heeft elk voertuig een vaste chauffeur. In een ongunstige situatie worden voertuigen geleased en rijden meer personen hetzelfde voertuig. De ervaring leert namelijk dat in het eerste geval beduidend minder schade optreedt dan in het tweede geval.
 
LEEFTlJD EN RIJ-ERVARING
Iemand die over een rijbewijs en een chauffeurs vakdiploma beschikt, is niet per definitie een goede chauffeur. Leeftijd en rij-ervaring spelen mee bij de kans op schade en ongevallen. Uit de statistieken blijkt dat mensen die jonger zijn dan 25 jaar, een groter risico lopen bij een aanrijding of verkeersongeval betrokken te raken dan oudere personen. Dat komt op de eerste plaats omdat iemand in die leeftijdscategorie een relatief beperkte ervaring heeft. Complexe verkeerssituaties kunnen niet altijd even goed worden ingeschat, omdat de persoon 'nog maar weinig heeft meegemaakt'. Ook blijkt dat jonge mensen de snelheid en de afstand van andere weggebruikers nog niet optimaal kunnen inschatten. Bij jongeren is namelijk de 'oog-spier-coördinatie' nog in ontwikkeling. Zij zien de situatie wel aankomen, maar de reactie is te laat. Jongeren zijn sneller geneigd in het verkeer hogere risico's te nemen. Enerzijds door gebrek aan ervaring, anderzijds door minder verantwoordelijkheidsbesef. Bij mensen met een ruimere rij-ervaring kunnen 'gevaarzettende gewoontegedragingen' optreden. Dat zijn gewoonten die iemand zich in de loop der tijd eigen heeft gemaakt en een negatieve invloed kunnen hebben op het weggedrag. Bijvoorbeeld het van rijbaan veranderen direct nadat richting is aangegeven, kaartlezen tijdens het rijden of draaien van een 'shaggie'.
 
ANALYSEREN
Niet alleen de feiten over schade zijn interessant voor de wagenparkbeheerder. Wanneer de gegevens van brandstofverbruik, reparatie, onderhoud, inschrijvingen op tachograafschijven en verkeersovertredingen gecombineerd worden, ontstaat een goed inzicht in het rijgedrag van de betreffende chauffeur, mits er sprake is van een 1 op 1 situatie. Daarbij moet wel altijd worden gelet op (grote) onderlinge verschillen tussen kentekens en/of chauffeurs. Het is niet aan te raden om direct àlle beschikbare informatie te verwerken. Daar waar mogelijk, moeten zoveel mogelijk dezelfde typen voertuigen en het soort vervoer/bestemmingen waarvoor zij worden ingezet, met elkaar worden vergeleken. Zo ontstaat een redelijk betrouwbaar beeld, waaruit afwijkingen vanzelf naar voren komen.
Onder andere het softwarepakket REPOND van de EVO biedt de mogelijkheid om gegevens van reparatie, onderhoud en schade geautomatiseerd te verwerken. Bij het analyseren van de gegevens moet eerst globaal worden gewerkt. Voor preventie-doeleinden is het niet zinvol om per geval diepgaand te onderzoeken wat de oorzaken zijn geweest. Wanneer de schadegegevens consequent worden bijgehouden, dan zullen na verloop van tijd de meest dominante oorzaken tevoorschijn komen, alsmede de kentekens/bestuurders. Bij het onderverdelen van de schadesoorten gelden enkele vuistregels. Bij bepaalde ongevallen zoals achterop de voorganger rijden of uit de bocht vliegen spelen rijsnelheid en afstand houden meestal een dominante rol. Schadegevallen die nauw samenhangen met het verkeersinzicht of de oplettendheid van de bestuurder, vertalen zich in het niet verlenen van voorrang, of juist: het 'nemen' van voorrang, het veranderen van rijrichting of het uit parkeerstand wegrijden. Het veroorzaken van schade en ongevallen bij achteruitrijden en manoeuvreren, heeft meestal te maken met de rijvaardigheid, de rij-ervaring en ook hier weer de oplettendheid van de bestuurder. In al deze gevallen geldt dat op de achtergrond de werkdruk in meer of mindere mate van invloed is. De kans op schade en verkeersongevallen laat zich uiteindelijk herleiden op de organisatie- en werkomstandigheden.

E.J.W. WESSELINGH