FLEVO optimaliseert distributie met Ritplan

De Coöperatieve Pelsdierenfokkers Centrale Flevo in het Gelderse Putten produceert centraal het voer voor de aangesloten bedrijven. De leden van de coöperatie worden zes dagen per week door een gespecialiseerde vervoerder beleverd. Op zondag worden de nertsen- en vossenhouders niet bevoorraad, maar met extra ritten op vrijdag en zaterdag is ook voor die dag de bevoorrading verzekerd. Het is echter een knelpunt in het distributiepatroon. Planner A. Brouwer van Flevo ziet in het EVO-ritplanningssysteem 'Ritplan' een praktisch instrument om de vaste routes te controleren en om vooral de weekendritten verder te optimaliseren.

Binnen de agrarische sector heeft de pelsdierenhouderij een afwijkend karakter. Niet de voedselproduktie is bij het fokken van de dieren het doel, maar het voortbrengen van pelzen. Beleid en werkwijze van de houders is erop gericht om met minimale kosten, kwalitatief hoogstaande pelzen te produceren. Nederlandse nertsenhouders hebben internationaal gezien een goede concurrentiepositie doordat de voerkosten in verhouding tot andere landen, met driehonderd gulden per ton, laag zijn. Brouwer: 'De pelsdierenhouder stemt zijn bedrijfsvoering af op de jaarcyclus van de pelsdieren. Dat wil onder andere zeggen dat van de paartijd in maart tot de pelstijd in november en aansluitend de voorbereiding op het nieuwe seizoen, de samenstelling van het voer steeds wordt aangepast aan de jaarcyclus van de dieren. Door een gebalanceerde samenstelling van het voedsel is vooral de afgelopen jaren een betere voerconversie bereikt.'
Hij geeft de volgende kerncijfers: 'In 1988 was voor de produktie van een pels 48 kg voer nodig, in 1991 was hiervoor nog maar 40 kg voer nodig en afgelopen jaar is de voerconversie nog verder geoptimaliseerd tot onder de 39 kg. De coöperatie speelt bij het optimaliseren van de fokresultaten een belangrijke rol omdat niet alleen op een doelmatiger manier voer wordt geproduceerd, maar ook omdat de coöperatieve structuur waardevolle managementtools oplevert.' Bovendien is een effectievere voerconversie van belang in verband met de actuele mestwetgeving. Aspecten die gezien de groei van het Flevo-ledenbestand door de branche worden onderkend.

Brabant en Limburg
De ontwikkeling van de pelsdierenhouderij is begin jaren vijftig op gang gekomen. Na een afname van het aantal bedrijven in de jaren zeventig is de pelsdierenhouderij nu stabiel met rond 250 bedrijven. Door schaalvergroting en optimalisatie is het aantal fokdieren de laatste tien jaar verdubbeld. Hoewel de bedrijven landelijk gespreid zijn is het merendeel van de houders te vinden in Noord-Brabant, Gelderland en Noord-Limburg. Zoals gezegd speelt het voer een centrale rol bij het houden van nertsen en vossen. Enkele grote bedrijven produceren dit voer op het eigen bedrijf, maar vrijwel alle andere betrekken dit van één van de twee voederfabrieken in Putten en Milheeze. Brouwer: 'Onze klantenkring loopt van Drachten tot Roermond, met uitzondering van Noord-Holland en Groningen.'

Planning optimaliseren
Brouwer: 'Wij verzorgen de distributie van het voer niet zelf, maar besteden dit uit aan een lokale vervoerder. Tevens wordt de planning in samenwerking met hen verzorgd. Dat is een keuze die gemaakt is op basis van transportkosten, flexibiliteit en specialisme.' Overigens bedraagt het totale jaarkilometrage dat met de distributie is gemoeid 1 à 1,1 miljoen. In de wintermaanden wordt de distributie met zeven voertuigen uitgevoerd; 's zomers zijn er 12 voertuigen nodig. Over het distributiepatroon zegt Brouwer: 'In de periode van april tot eind november worden alle klanten zes dagen per week door vervoerder Snellen uit Lunteren beleverd. Die opmerkelijk hoge leveringsfrequentie is noodzakelijk omdat het produkt, dat hoofdzakelijk bestaat uit bijprodukt van de visindustrie en pluimveeslachterijen, beperkt houdbaar is. In de resterende maanden gebeurt het bevoorraden, in verband met de lagere consumptie, gemiddeld drie keer per week. Die seizoensinvloeden vereisen een zekere flexibiliteit van vervoerder en wagenpark.'
Als specifieke factoren die voor de ritplanning van belang zijn noemt hij de afleverhoeveelheid, het aflevertijdstip en de infrastructuur. De auto's die voor het pelsdiervoer worden gebruikt zijn voor dit specifieke produkt gebouwd (de auto's zijn onder meer voorzien van een weegsysteem en een speciale pomp) en daardoor eigenlijk niet geschikt voor andere werkzaamheden. De spil in het Flevo-netwerk geeft de volgende toelichting op de planning: 'Voor het distribueren van het voer hebben we vaste routes die zijn ontstaan door een logische combinatie van klanten en afleverhoeveelheden. Uiteraard wordt daarbij gestreefd naar een maximale benuttingsgraad van de verschillende voertuigen. In sommige gebieden legt de infrastructuur beperkingen op aan het voertuiggewicht en de afmetingen. Er wordt echter naar gestreefd om per rit zoveel mogelijk voer af te leveren. In verband met de afstanden worden de grootste vrachtauto's ingezet op de verste routes terwijl met de kleinere auto's doorgaans meer ritten per dag worden gemaakt.'

De spreiding van de aflevergewichten bij de verschillende klanten ligl overigens tussen 200 en 7500 kg per dag. Over het aflevertijdstip zegt hij: 'Elke houder heeft zo zijn eigen tijdstippen van voeren. Dat luistert vrij nauw. Als het voer te laat wordt afgeleverd, worden de dieren onrustig wat de kans op schade vergroot.' Vervolgens: 'Doordat we de specifieke wensen van de klanten kennen is het niet moeilijk om een basisplanning op te zetten voor de verschillende routes. Door verfijningen in de planning en het afwegen van alternatieven proberen we wel kilometers uit te sparen.'

Juist daarvoor is Ritplan een handig instrument; het programma is ontworpen om routes te controleren en om de resultaten van veranderingen door te rekenen. Brouwer wil Ritplan vooral gaan gebruiken om de benutting van de auto's tijdens de tweede rit op vrijdag en zaterdag te verbeteren. Zonder computerondersteunde planning is de bezettingsgraad van de voertuigen circa 65 procent. Door combinaties te maken van klanten uit aan elkaar grenzende routes zal volgens schattingen de bezettingsgraad naar negentig procent opgevoerd kunnen worden.
'Om een en ander nog effectiever te laten verlopen zal Ritplan binnenkort worden uitgebreid met RitOpt. Dit is een nieuwe module waarmee automatisch een planningvoorstel wordt gegenereerd. Doordat de computer de klanten kent, aflevervoorwaarden zoals gewenste hoeveelheid voer, losplaats en aflevertijdstip, kan de efficiëntie verder worden vergroot.'

Doelmatigheid en kostenbeheersing zijn aspecten die juist in de nertsenhouderij van groot belang zijn in verband met het concurrentievoordeel dat Nederlandse houders hebben.
S. van Nooten
Bron: EVO SUPPLEMENT UITBESTEDEN DISTRIBUTIE 1993 RITPLANNING