Stora Enso timmert de Ritplanning rond

Onder Ritplangebruikers van het eerste uur rekenen we Stora Enso, zij het onder een andere naam. Ton Hamaker (links op de foto), een veelzijdige Amsterdamse man met een kleurrijke carrière achter de rug, weet in gesprek met EVO-it’er Ronald Janse (rechts op de foto) met veel kleur te vertellen hoe het eraan toe ging in de aanloop naar de introductie van de ritplanningssoftware en wat een enorm verschil het in de jaren heeft betekend voor het bedrijf.

Ton is altijd innovatief en oplossingsgericht geweest. Hij begon als jongen van 14 jaar in de Loon-Stoomhoutzagerij en Schaverij “de Atlas” en heeft in de bedrijven waarvoor hij werkte een aantal keren grote veranderingen meegemaakt. Zo vertelt Ton in geuren en kleuren over hoe, toen de voorloper van Stora Enso een aantal moeilijke momenten doorliep, de papieren met orders in een loods verspreid op de grond lagen. De chauffeurs wisten niet waar ze moesten beginnen en dus besloot hij deze bij elkaar te vegen en te kijken of hij niet wat orde kon scheppen in de chaos.

Van het een komt het ander en zo ben je dan ineens de planner bij Stora Enso, dat toen nog Stora Timber heette. Ton weet het nog goed: “Het begon met een kaart met magneten. Het bedrijf kwam in de lift met een aantal grote klanten, en dan wordt het steeds moeilijker. Ik was achter het bestaan van Ritplan gekomen en heb intern aangegeven dat we hiermee aan de slag moesten. Dat ging niet zomaar, daar was het geld niet voor. Toen heb ik aangegeven dat ze geen keus hadden en niet zo moesten zeuren en na wat moeilijk doen kon het programma er dan toch komen.” Ronald reageert: “Dat weet ik nog wel! Er was bezwaar over de koppeling tussen het ordersysteem en Ritplan, terwijl we dat toch zó hadden kunnen regelen voor jullie”. Ton vervolgt: “Ja, uiteindelijk is de toenmalige directeur er nog aan te pas gekomen, die ook inzag dat ik veel sneller kon werken wanneer ik niet alle orders handmatig in zou moeten voeren.”

“Het heeft ook wel eens voor situaties gezorgd, op een interessante manier,” vertelt Ton. “We hadden bijvoorbeeld, in een ouderwetse planning, dat een chauffeur wegging met 6 adressen. Dan was hij snel klaar en nam hij een hengel mee om even lekker te gaan vissen tussendoor. Ik zag dat er makkelijk twaalf adressen in zijn rit pasten, dus dat deed ik ook. Dan heb je een grote boze man voor je staan, die met veel heisa vertelt dat hij toch echt niet 12 adressen af gaat rijden. Heb ik mijn connecties ingezet, iemand die ik ken met transport opgebeld, en gevraagd of hij een dagje een chauffeur wilde uitlenen aan ons. De geleende chauffeur op pad gestuurd met de vrachtwagen, komt onze man binnen, weer met veel lawaai. Dat hij zijn wagen terug moet en dat er anders wat zwaait. Ik vertelde hem dat hij die dag of als snipperdag kon zien en dat hij de volgende dag gewoon de geplande ritten kon rijden, of dat hij niet meer terug hoefde te komen. Nou, toen was het probleem ook opgelost. En ik hield ook echt wel rekening met dat de ritten redelijk waren voor onze chauffeurs, hoor! In de winter zette ik bijvoorbeeld expres extra tijd op de ritten, zodat ze niet in de problemen kwamen door gladheid op de weg. Dat kon je simpel instellen in Ritplan, dus dat deed je dan ook.”

Doorvertellend over hoe het met Ritplan werkte, weet hij ook nog hoe het programma zich heeft ontwikkeld door de jaren: “We werkten eerst nog met MSDos. Later gingen we natuurlijk over op Windows, maar toen hadden we opeens niet meer de mogelijkheid om een rit om te keren. Dat was nogal jammer, want daar maakten we juist veel gebruik van. Nou ja, even contact opnemen met EVO-it en toen werd deze mogelijkheid er weer in verwerkt.”

Inmiddels is het plannen overgenomen door een nieuwe generatie. Ton concludeert treffend: “We zijn als een van de eersten met Ritplan begonnen en er wordt nog steeds mee gewerkt. Dat zegt denk ik wel genoeg over het programma.”